Home » Nederland » Nieuwsbladtransport.nl » Belgisch wegvervoer remt af


Belgisch wegvervoer remt af

11 september 2019 Nieuwsbladtransport.nl

De bedrijvigheid in het Belgische wegtransport neemt langzaam af. Vooral in het grensoverschrijdende vervoer merken bedrijven dat de klad erin komt. Dat blijkt uit de conjunctuurenquête van transportorganisatie ITLB.

De organisatie bevroeg wegvervoerders naar de stand van zaken in het tweede kwartaal van dit jaar, onder meer op het gebied van bedrijvigheid, liquiditeit, personeel, kosten en tarieven. Hierbij gaat het zowel om kleinere bedrijven als middelgrote en grote ondernemingen.

Daaruit kwam naar voren dat met name het internationale vervoer een afkoeling van de economie voelt. Het ITLB meet dit door het aantal wegtransporteurs dat een afname van de bedrijvigheid rapporteert, af te zetten tegen het aantal vervoerders dat juist een stijging noteert.

Dit wordt vervolgens uitgedrukt in een percentage, waarbij grotere bedrijven zwaarder meetellen dan de kleinere. Hoewel bij deze methode kanttekeningen zijn te plaatsen, geeft het toch een indicatie van de ontwikkeling in de sector, vooral als het wordt vergeleken met eerdere uitkomsten.

Afkoelende economie

Bij de meest recente peiling, dus over het tweede kwartaal van dit jaar, bleek allereerst dat 70% van de ondervraagde bedrijven een status quo rapporteert van de bedrijvigheid. Van de overige transporteurs merkte een meerderheid een afname. Het saldo stijgers ten opzichte van dalers kwam uit op -2,8%, met andere woorden, meer dalers dan stijgers. Dit terwijl in het tweede kwartaal van vorig jaar de stijgers nog in de meerderheid waren (+0,7%).

Een reden voor de afnemende bedrijvigheid wordt niet gegeven. Maar de afkoelende economie, bijvoorbeeld in Duitsland, lijkt zijn weerslag te hebben op het Belgische wegvervoer. De oosterburen zijn immers een belangrijke handelspartner.

Het aantal internationale vervoeropdrachten dat in onderaanneming gegeven is, is eveneens verminderd in vergelijking met voorgaand kwartaal. Het gewogen saldo bedraagt -2,1% ten opzichte van +0,3% in dezelfde periode vorig jaar.

Concurrentiekracht

Veel grensoverschrijdende vervoersbedrijven maken zich in toenemende mate zorgen over hun concurrentiekracht ten opzichte van transporteurs uit lagelonenlanden. ‘Daarbij gaat het niet alleen over de hoge loonkosten in België’, aldus het ITLB in een toelichting. ‘Sommigen opperen dat de Belgische bedrijven met ongelijke wapens strijden met betrekking tot allerlei plichtplegingen, documenten en vergunningen die nodig zijn om aan internationaal transport te doen.’ Diverse vervoerders concludeerden dan ook dat op Europees vlak de weg naar eerlijke concurrentie nog lang is.

Daarnaast zorgt de onzekerheid over Brexit voor toenemende onrust bij een aantal bedrijven. De internationale vervoerders is ook gevraagd naar de ontwikkeling van hun tarieven en kosten. Daaruit blijkt dat kostenverhogingen en tariefstijging niet altijd hand in hand gaan. Bijna drie op de tien bedrijven (28,7%) kreeg te maken met een stijging van de kosten in het tweede kwartaal. Lang niet alle vervoerders wisten deze extra uitgaven ook door te berekenen in hun tarieven. Slechts een op de tien (9%) zag zijn gemiddelde tarief stijgen. Of deze bedrijven ook behoren tot de groep die zijn kosten zag toenemen, is niet duidelijk.

De vaakst aangehaalde oorzaken van kostprijsverhogingen zijn de lichte stijging van de lonen, de gestegen brandstofprijzen, de indexering van de kilometerheffing, de buitenlandse tolkosten en hogere onderhoudsuitgaven. Het merendeel van de transporteurs zag echter de kosten (70%) en de gemiddelde tarieven (90%) gelijk blijven.

Nationaal vervoer

In het binnenlandse vervoer was nog wel sprake van een positieve teneur, blijkt uit de enquête. In het tweede kwartaal is de nationale vervoersactiviteit namelijk verbeterd, al betreft het een lichte stijging. 68,5% van de bedrijven registreert een status quo, terwijl het aantal vervoerders dat een verhoging signaleert lichtjes in de meerderheid is. Het gewogen saldo kwam uit op +0,9%.

Het aantal in onderaanneming gegeven vervoeropdrachten is wel enigszins gedaald ten opzichte van voorgaand kwartaal. Weliswaar bleef bij bijna 80% van de vervoerders het aantal opdrachten van dit type gelijk, maar de andere bedrijven wijzen merendeels op een afname. Het gewogen saldo van de antwoorden bedraagt -0,5%.

Gevraagd naar welke problemen nationale vervoerders ondervinden, wijzen velen op het fileleed, vooral in en rond Antwerpen. Dit is volgens hen een steeds groter probleem. Ook de strenge regelgeving op de rij- en rusttijden zou onvoldoende aangepast zijn aan de dagelijkse realiteit op de weg.

Kosten en tarieven

Ruim drie op de tien nationale vervoerders (31,6%) kreeg te maken met een stijging van de kosten. Bij de meeste ging het om een minimale toename van hooguit 1%. Niet verrassend wijzen velen naar dezelfde factoren als oorzaak voor de kostenstijging als hun grensoverschrijdende collega’s: stijgende brandstofprijzen, hogere kilometerheffing, hogere lonen en meer onderhoudskosten.

Ook de binnenlandse vervoerders hebben moeite om de kostenstijging door te berekenen in hun tarieven. Slechts 14,2% van de transporteurs wist hogere prijzen af te spreken met zijn klanten. En de bedrijven die daarin slaagden, melden dat de verhoging vaak onvoldoende is om de kostprijsstijging te volgen.

‘Sommige vervoerders tonen hiervoor enig begrip, omdat ze begrijpen dat hun klanten zelf ook prijsdruk ervaren’, aldus het ITLB. ‘Maar een aantal betreurt het feit dat de vrachtprijsonderhandelingen te vaak alleen over de prijs gaan en minder om de kwaliteit en diversiteit van de aangeboden dienstverlening.’

Lees meer..